amnestywgleiden@gmail.com

No place for a rebel: de vele morele complicaties rond kindsoldaten

Ex-kindsoldaat Opono Opondo met zijn moeder Foto's: Mike de Windt

 

Maandag 9 oktober 2017 startte Movies That Matter on Tour Leiden het nieuwe seizoen met de vertoning van de documentaire No Place for a Rebel. Alette Smeulers, hoogleraar strafrecht en criminologie van internationale misdrijven, gaf na na afloop commentaar.

 

Het publiek waardeerde film en presentatie gemiddeld met een 8, respectievelijk 8,2.

 

No Place for a Rebel volgt voormalig kindsoldaat Opono Opondo na zijn terugkeer uit het Leger van de Heer (LRA). Als tienjarige werd hij ontvoerd en onder dwang tot soldaat gemaakt, als zesentwintigjarige weet hij te ontsnappen en maakt gebruik van de amnestieregeling van de Oegandese overheid.

 

Nu moet hij zijn plek in de burgermaatschappij zien te vinden. Het lukt hem niet.

 

Opondo is niet echt een prater. Toch voelt de kijker dat er veel in hem omgaat. En af en toe verschaffen mensen die Opono na staan de toeschouwer een inkijkje in Opono's zielenleven.

 

Zo meldt zijn vriend, een andere voormalig kindsoldaat uit de LRA, tegen het einde van de documentaire: “Weet je, Opono is van mening dat hij lang geleden al gestorven is en van geen nut voor de wereld". 

 

Van zijn tiende tot en met zesentwintigste vormde de LRA Opono's wereld, zijn familie, zijn 'stam'. Daar was iedereen gelijk, daar steunde men elkaar. Het is niet vreemd dat hij daarnaar soms terugverlangt.

 

Het helpt daarbij niet dat Opono, om voor de hand liggende reden, geen opleiding genoten heeft. We zien hem zonder merkbare overtuiging - ook al laat hij visitekaartjes drukken - een soort van meubelmakersopleiding volgen.

 

Zijn militair verleden heeft Opono ook lichamelijk getekend. Hij mist kracht in zijn handen en heeft geen gevoel in zijn achterwerk. Ook zijn mannelijkheid functioneert niet naar behoren.

 

Terug uit de rebellenbeweging is Opono verstoten door zijn vader en oudere broer. Hij kan niet terugkeren naar het dorp dat zijn 'wereld' vormde, tot zijn ongevraagde ontvoering (Opono koestert ook wrok richting de overheid, die hem hiertegen niet beschermde).

 

Ontheemd in zijn nieuwe omgeving verzwijgt Opono zijn verleden. Mensen zijn bang voor of boos op kindsoldaten. Ze nemen een boze geest met zich mee of kunnen je 's nachts vermoorden. Beter het contact met hen te mijden.

 

Rechts Alette Smeulers, links het publiek dat luistert naar haar uiteenzetting na de vertoning

 

Smeulers ging na afloop van de documentaire in op diverse erin aangeraakte onderwerpen:

  • Hoe gewone mensen, met inbegrip van kinderen, moordenaars kunnen worden. Massamoordenaars hebben, net als wij, een sterke behoefte zichzelf als goede mensen te zien. Een reeks psychologische mechanismen - samen te vatten als: recht praten wat krom is - helpt hun daarbij.
  • De noodzaak van rehabilitatieprogramma's voor voormalige kindsoldaten, maar het verzet daartegen van (nabestaanden van) slachtoffers, die ook te kampen kunnen hebben met psychische en psychosociale schade. Meer geld naar (bijstand van) daders dan slachtoffers is voor de laatsten onaanvaardbaar.
  • Het beperkt succes van de bestaande vormen van genoegdoening of rechtspraak. Dat geldt voor het Internationaal Strafhof in Den Haag* evenzeer als voor waarheid- en verzoeningscommissies, lokale rechtspraak of verzoeningsceremonieën. Het blijkt moeilijk slachtoffers een gevoel te bezorgen dat hun voldoende recht gedaan is, inclusief gepaste 'vergelding'.

*: Het Internationaal Strafhof berecht momenteel Dominic Ongwen, een LRA-commandant die, net zoals Opono, als tienjarige werd ontvoerd, maar het tot een hoge positie in het LRA schopte.

  • Verzoening lijkt Smeulers vaak de beste remedie, maar zoiets kan men een slachtoffer niet opleggen en valt menigeen ook zwaar.
  • De ernstige misstappen begaan tegen burgers door het Oegandese regeringsleger in de strijd tegen de LRA. Sommige ervan lijken misdaden volgens internationaal strafrecht.

Na afloop van de voorstelling vertelde Smeulers aan de bar in goed contact te staan met Mark Drumbl, die enkele jaren terug de discussie over kindsoldaten een impuls gaf met zijn studie Reimagining child soldiers.

 

Drumbl stelt in dat boek dat vaak op een versimpelde manier over kindsoldaten gesproken wordt. Die misleidende helderheid dient de belangen van de spreker:

  • Overheden stellen de kindsoldaat vaak voor als een gedrogeerde moordmachine. Dat verontschuldigt gewelddadig overheidsoptreden tegen hen.
  • Humanitaire NGO's benadrukken vaak de kindsoldaat als onschuldig slachtoffer; dit bevordert hun fondsenwerving. 

Corrigerende informatie van Drumbl:

  • De meeste kindsoldaten melden zich aan wanneer ze tussen 15 en 17 jaar oud zijn
  • Twee derde meldt zich vrijwillig aan, slechts een derde is ontvoerd of gedwongen
  • 40% is meisje
  • Redenen voor aanmelding:
    • De familie of gemeenschap/dorp stuurt hun om te helpen in de verdediging tegen vijandige troepen
    • Ze willen zelf helpen om een dictator van de troon te stoten (bijv. in Libië) of willen een politieke factie steunen (bijvoorbeeld in El Salvador)
  • Kindsoldaten vind je op elk continent, de grootste concentratie op Myanmar. Kindsoldaten zijn geen hoofdzakelijk Afrikaans probleem.
  • Kindsoldaten dienen overwegend in staatslegers, niet bij rebellengroepen
  • Slechts een zeer klein percentage kindsoldaten wordt betrokken bij het plegen van oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid
  • Kindsoldaten verlaten doorgaans op eigen kracht de actieve dienst en niet na redding door internationale humanitaire organisaties.

Schadelijke gevolgen van het cliché van het onschuldige kind volgens Drumbl:

  • Het bemoeilijkt gerechtelijke vervolging van kindsoldaten die hebben verminkt, verkracht, gemoord.
  • Een minder bruikbare leeftijdsgrens van 18 jaar in de internationale wetgeving. Daarna wordt de kindsoldaat als volwassene berecht en kan ernstig worden gestraft, enkele dagen eerder worden dezelfde daden juridisch volledig verschoond. Drumbl begrijpt de overwegingen van de wetgever maar vindt het resultaat veel nadelen hebben. Hij bepleit een meer 'humanistische' rechtspraak.
  • Afsluiten van de weg naar 'restorative or rehabilitative justice', zoals waarheids- en verzoeningscommissies, traditionele re-integratieceremonieën of community service (maatschappelijke dienstverlening in plaats van gevangenisstraf). Lokale gemeenschappen hechten vaak meer waarde aan deze vormen van genoegdoening of rechtspraak dan aan internationale strafrechtspraak.

Open vraag is of No place for a rebel zelf geheel aan de cliché's ontsnapt. Elementen die passen bij gangbare beeldvorming zijn:

  • Opono heeft als kindsoldaat de wapens opgenomen en mogelijk ernstige daden begaan. In het laatste geval is hij een nieuw voorbeeld van het bovenmatig uitlichten in de beeldvorming van deze minderheid.
  • Net zo behoort Opono tot de in de beeldvorming bovenmatig uitgelichte minderheid van kindsoldaten die zeer jong in dienst treedt...
  • ...en tot de minderheid van kindsoldaten die wordt ontvoerd en ook wordt uitvergroot in de beeldvorming.
  • Opono is een Afrikaans kindsoldaat. Het Afrikaanse continent krijgt in de beeldvorming over kindsoldaten bovenmatig aandacht.
  • De trailer neigt door te slaan naar het cliché van de kindsoldaat als onschuldig slachtoffer. Een tekstbord meldt: "Toont de dappere poging van een jongeman om zijn leven opnieuw vorm te geven". Van de ernst van Opono's misdaden krijgt de kijker geen hoogte, maar zo een tekstbord lijkt ondenkbaar bij een re-integrerende  volwassen soldaat, laat staan oorlogsmisdadiger.
  • Overaccentuering van de gewelddaden gepleegd door niet-statelijke actoren. De LRA en LRA-leider Joseph Kony waren lange tijd in westerse media favoriete bron van gruwelberichten. Overheidslegers veroorzaken vaak meer burgerdoden of ellende voor burgers.

 

 

  

De Kony 2012-campagne sloeg erg aan in het Westen maar is zeer omstreden om het versterken van bestaande kwalijke beeldvorming en een onjuiste voorstelling van zaken.