amnestyleiden@gmail.com

Movies That Matter: The Shelter of leven onder het bestaansminimum

 

 

Op maandag 2 maart 2015 vertoonde Movies That Matter in Theater Ins Blau de documentaire The Shelter van Zwitserse documentairemaker Fernand Melgar. Melgar's documentaires kenmerken zich door hun dicht op de huid volgen van personen in situaties van morele dubbelzinnigheid, in dit geval dak- en thuislozen en personeel van een winternoodopvang in Lausanne, Zwitserland.

 

Een documentaire met een lengte van 100 minuten is allereerst een fysieke ervaring. Melgar en zijn team lijken het kunststuk volbracht te hebben van aanwezig te zijn als vliegen op de muur, terwijl dat fysiek onmogelijk is. Mogelijk behulpzaam is Melgar's werkwijze van vooraf uitvoerig kennismaken met de betrokkenen, nog zonder camera. Maar dit kan niet het hele verhaal geweest zijn, daar de winteropvang pas in december opengaat en een ontmoeting met dak- en thuislozen in de herfst om die reden weinig zin heeft. Bovendien filmt Melgar ook mensen als ze voor het eerst bij de nachtopvang hun opwachting maken.

Misschien is de conclusie wel dat, in vergelijking met de dagelijkse strijd om een plekje en de harde condities van het leven op straat, een man met een camera en vrouw met een microfoonhengel, die zich verder overal buiten houden, voor de havelozen onbelangrijke details zijn.

 

Resultaat is een zeer naturel aandoende documentaire. Voorafgaand aan iedere mogelijke reflectie over 'mensenrechten' van dak- en thuislozen - of dat nu EU-burgers, Zwitsers of migranten uit andere landen zijn - en voorafgaand aan de vraag naar de eventuele verplichtingen van staten of 'ons', reageert de kijker krachtig op ingewandenniveau op de beelden.

 

De documentaire bevat toch ook shots van grote schoonheid, bijvoorbeeld de eenvoudige camerabeweging, tegen het einde, van Amadou, een Mauritaniër van rond de dertig die wacht op een belangrijke beslissing over een aangevraagde werkvergunning, 1 meter opzij naar de man rechts van hem, beide gezeten op de muur van de hellingsbaan naar de nachtopvang. Het is 1 meter, maar twee werelden; van de broedende/tobbende Amadou naar een oudere man wiens geest 'elders' is. Ook diens lichaamshouding en onverzorgde verschijning 'spreken boekdelen' / appelleren krachtig.

 

  

 

de in de tekst genoemde 'pan' en cut, teruggebracht tot drie beelden

 

Dan volgt nog een cut naar de derde persoon in deze scène, een andere geregelde gast die we enigszins hebben leren kennen: een oudere vrouw die 's ochtends moeite heeft met opstaan. We zien haar op de tegenoverliggende muur sippen van haar limonade, sigaretje in de hand, tas met al haar 'huisraad' ernaast. Ze herkent Amadou maar interesseert zich nauwelijks voor hem. Eilanden in de mist.

 

Daarnaast bevat de documentaire ontroerende scènes met kinderen. Ze lijken over een groot aanpassingsvermogen te beschikken, en een talent om uit elke situatie plezier te puren - zo lang pa en ma in de buurt zijn. Ook pa en ma zien we, in een snelle transformatie van zorgzame ouder naar bedelaar. Het enige wat daarvoor nodig is, is een ritje met de metro. Zoonlief is trots dat hij de namen van alle metrohaltes vlekkeloos weet op te sommen, in de juiste volgorde en correct uitgesproken (de familie is van Roemeense herkomst). Alleen wisselt hij net een voortand en slist daarom, zoals hij zijn ouders en zusjes blijmoedig voorhoudt.

 

Naast zulke rake of aandoenlijke scènes is er de ervaring van het trage voorbijgaan van de tijd, de zich herhalende routines. Melgar volgde de hele cyclus van opening in december tot en met de sluiting in maart. We zien mensen bibberend in de regen, de eerste deken van sneeuw over de huizen van mensen met huizen, het eerste ontbottende groen in de lente. Met steeds het dringen voor opening van de opvang (door de bezoekers 'de bunker' genoemd) en de selectie aan de poort.

 

 Foto: Marjolein Brouwer

 

Ondanks de krachtige taal van de beelden had het nagesprek na afloop zijn eigen waarde. Yvonne Witte, eerste gast en portier van de Leidse nachtopvang 'Nieuwe Energie', verklaarde “geschokt” te zijn. De situatie in Leiden is stukken beter dan in Lausanne. In Leiden hanteerde men tot voor kort een winterrooster; bij koude mocht geen enkele dakloze op straat slapen. Sinds de uitspraak in de zaak PKN (zie later) is er het gehele jaar door geen enkele selectie. De Nieuwe Energie is nog bezig het aantal beschikbare bedden uit te bouwen.  

 

Hoewel de faciliteiten in Lausanne en Leiden verschillen, zag Witte wel sterke overeenkomst in het type bezoeker. Na een vraag uit de zaal voegde zij later toe dat Leiden recent een toename van oudere dakloze Leidenaren kent. Oorzaak/aanleiding is vaak een scheiding of het sterven van de partner1. Ook herkende Witte bepaalde trekken van de bezoekers, zoals de geneigdheid zich snel door het personeel gediscrimineerd te voelen en zelf behoorlijk bevooroordeeld over andere bezoekers te kunnen zijn.

 

1: dat dakloosheid snel kan ontstaan, toont het voorbeeld van de atleet Jimmy Thoronka, beste 100 meter-sprinter van Sierra Leone en medaillekandidaat tijdens de Commonwealth Games in Glasgow afgelopen zomer. Na de uitbraak in Ebola in zijn land en de dood van zijn oom, nieuwe moeder en overige nieuwe familie - Thoronka's biologische ouders kwamen om tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone van 1991 - 2002 en Thoronka is toen opgenomen door familie - verblijft Thoronka nu op straat in Londen.

 

Hans de Kinderen, de tweede gast, werkt al meer dan tien jaar met dak- en thuislozen in Leiden, eerst als straatadvocaat, recent als medewerker van het project Nieuwe Kracht van Stichting De Binnenvest, na zelf een periode dakloos te zijn geweest. Hij vulde het verhaal van Witte aan met andere interessante details.

 

Laatste gast was advocaat Pim Fischer. Hij zorgde voor de juridische context. Zijn kantoor, Fischer Advocaten, heeft de PKN, de Protestantse Kerk Nederland, een samenwerkingsverband van hervormde en gereformeerde denominaties, vertegenwoordigd in een zaak aangespannen tegen de staat der Nederlanden voor een Europees hof in 2013. De klacht betrof de wijze waarop Nederland omgaat met uitgeprocedeerde asielzoekers.

 

Het oordeel van het Europese Sociale Comité, dat zijn oordelen baseert op het Europees Sociaal Handvest, werd in november 2014 openbaar. Fischer/PKN won op alle punten. Fischer Advocaten beriep zich op twee artikelen van het Europees Sociaal Handvest, de artikelen 13.4 en 31:

 

Artikel 13. Recht op sociale en geneeskundige bijstand

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op sociale en geneeskundige bijstand te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

  1. te waarborgen dat een ieder die geen toereikende inkomsten heeft en niet in staat is zulke inkomsten door eigen inspanning of met andere middelen te verwerven, in het bijzonder door uitkeringen krachtens een stelsel van sociale zekerheid voldoende bijstand verkrijgt en in geval van ziekte de voor zijn toestand vereiste verzorging geniet;

  2. te waarborgen dat personen die zulk een bijstand ontvangen, niet om die reden een vermindering van hun politieke of sociale rechten ondergaan;

  3. te bepalen dat een ieder van de bevoegde openbare of particuliere diensten de voorlichting en persoonlijke bijstand ontvangt die nodig zijn om zijn persoonlijke nood of die van zijn gezin te voorkomen, weg te nemen of te lenigen;

  4. de bepalingen sub 1, 2 en 3 van dit artikel op onderdanen van andere Partijen die legaal binnen hun grondgebied verblijven, toe te passen op gelijke wijze als op hun eigen onderdanen, in overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, op 11 december 1953 te Parijs ondertekend.

Artikel 31. Recht op huisvesting

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op huisvesting te waarborgen, verbinden de Partijen zich maatregelen te nemen die erop zijn gericht:

  1. de toegang tot adequate huisvesting te bevorderen;
  2. dak- en thuisloosheid te voorkomen en te verminderen teneinde het geleidelijk uit te bannen;
  3. de kosten voor huisvesting binnen het bereik te brengen van een ieder die niet over voldoende middelen beschikt.

Van de overwegingen van het Europees Sociaal Comité zijn de twee volgende, volgens Fischer, het meest relevant:

 

105. The Committee firstly recalls that under Article 13§4 of the Charter, the States Parties have undertaken to provide appropriate short-term assistance to persons in a situation of immediate and urgent need (Conclusions 2013, Malta). For this purpose, accommodation, food, emergency medical care and clothing should be provided. While an individual’s need must be sufficiently urgent and serious to entitle them to assistance under Article 13§4, this criterion must not be interpreted too narrowly. No conditions on the length of presence on the territory of the State Party in question may be set on the right to emergency assistance (Conclusions 2013, Montenegro).

 

117. The Committee observes in this connection that the scope of the Charter is broader and requires that necessary emergency social assistance be granted also to those who do not, or no longer, fulfil the criteria of entitlement to assistance specified in the above instruments, that is, also to migrants staying in the territory of the States Parties in an irregular manner, for instance pursuant to their expulsion. The Charter requires that emergency social assistance be granted without any conditions to nationals of those States Parties to the Charter who are not Member States of the Union. The Committee equally considers that the provision of emergency assistance cannot be made conditional upon the willingness of the persons concerned to cooperate in the organisation of their own expulsion. 

 

Na dit oordeel hebben enkele Nederlandse rechters gemeenten verordonneerd de zorg voor uitgeprocedeerde asielzoekers te verbeteren (in feite strekt de uitspraak zich uit tot wie zich ook maar op Nederlandse bodem bevindt, ongeacht zijn of haar wettelijke status). Het huidige kabinet probeert implementatie van het oordeel nog voor zich uit te schuiven maar de laatste uitstelmogelijkheid is uiterlijk over een maand voorbij.

 

Fischer vond het moeilijk de gevolgen van de uitspraak in 'zijn' zaak in te schatten. Hij was er niet zeker van of ook de medische zorg voor de doelgroep zou verbeteren (ondanks artikel 13, lid 1). Onverwachts noemde hij het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap dat de Nederlandse regering deze zomer zal ratificeren. Afhankelijk van de uitleg door rechters van termen als "op hen aangepast" en " toegankelijkheid" zouden de gevolgen groot kunnen zijn, zowel voor ongedocumenteerde migranten als Nederlandse burgers.

 

(De volledige uitspraak van het Europees Sociaal Comité is hier te lezen, een korte Nederlandse weergave hier.)

 

Update juni 2015: hier de actuele stand van zaken in Leiden: https://www.facebook.com/permalink.php?story_fbid=471652176325635&id=193360757488113&substory_index=0