amnestyleiden@gmail.com

Iranian - gesprek tussen doven en stomme

  Foto: Gerard van der Veer

 

Maandag 3 november 2014 vertoonde Movies That Matter de soms komische maar ook soms frustrerende documentaire Iranian. Frustrerend vanwege de onbeweeglijke en niet voor rationele discussie vatbaar schijnende standpunten van sommige van de vier Iraanse moellah's die in de documentaire hun 'fifteen minutes of fame' beleven.

 

Drie jaren had Mehran Tamadon, seculier Iraans-Frans architect en documentairemaker, nodig om vier lokale steunpilaren van het conservatieve Iraanse bewind bereid te vinden tot een gesprek met hem over maatschappelijk omstreden onderwerpen. Inzet van Tamadon is zo een plek te helpen creëren in Iran voor Iraniërs zoals hijzelf. Belangrijk obstakel lijkt het ontbreken van een scheiding tussen religie en staat in Iran, en een hiermee gegeven gebrek aan pluralisme.

 

Zijn hoop heeft Tamadon gevestigd op dialoog. 'We moeten met elkaar verder' en 'Dialoog vermindert op zijn minst het geweld', meent hij (zie de clip beneden). Eerder maakte Tamadon een documentaire over de bassidji, de knokploegen van jongeren, veelal van het platteland afkomstig, die, op afroep of ongevraagd, afwijkingen van de islamitische zedenleer corrigeren. Die documentaire was een eerste poging in gesprek te gaan met de vijand/tegenstander.

 

Iranian kan men bekijken als proef op de som. Brengt dialoog daadwerkelijk dichter tot elkaar? Vergt dat niet bereidwilligheid van alle deelnemers, een die niet af te dwingen is? Gedurende twee dagen ontvangt Tamadon de vier heren, op de valreep in gezelschap van hun gezinsleden, in het buitenhuis van zijn familie in de buurt van Teheran. Iedere deelnemer heeft een privévertrek. De woonkamer is het niemandsland, proeftuin voor een te vestigen meer inclusieve publieke ruimte, en locatie van de beraadslagingen daarover. De heren voeren dat gesprek, de echtgenotes van de geestelijken blijven, op eigen verzoek, op de achtergrond. 

 

Het resultaat stemt niet hoopvol. Zelf regels maken voor het maatschappelijk verkeer vindt de een overbodig, daar een veel wijzer iemand dit al eens heeft uitgezocht voor de mensheid. Waarom als beperkte wezens het nog eens over willen doen met voorspelbaar minder resultaat; dat is verspilling van energie. Deze bijdrage aan de dialoog geeft een goede indruk van het gesloten vizier waarmee de moellahs aan het gesprek deelnemen. Van een kilometer afstand voelt men aankomen wie die 'wijze' is - hoewel Tamadon doet alsof het in dit gedachtevoorbeeld om een mens zou gaan en antwoordt dat zo een mens zijns inziens niet te vinden is op aarde; maar dat is misschien een tactisch veinzen. Een andere moellah komt iets sympathieker in de knel. Hij hecht enerzijds aan het er samen uitkomen, maar is anderzijds niet van zins enig dogma op het spel te zetten. Allah heeft het eerste en laatste woord, dat is vertrekpunt en bepaalt de marges van iedere dialoog.

 

Impliciet in het optreden van de moellah's is het comfort van de status quo, waar 'zij' de touwtjes in handen hebben, al lijken ze zich niet bewust van hun soms licht aanmatigende optreden.

 

In de twistgesprekken - een echte dialoog wil het niet worden - leggen de moellah's alles naar hun kant uit. Hun vermogen tot rekening houden met de ander is beperkt. Zo dienen vrouwen gesluierd of ''fatsoenlijk' gekleed te gaan uit respect voor de moellah-achtige medemens, om hem niet ongevraagd seksueel op te winden. Maar de heren vallen stil wanneer Tamadon hen vraagt wat zij op hun beurt (zouden moeten) doen om de vrouw in kwestie te respecteren.

 

Als snel verzandt Tamadon in een vruchteloos gesprek met de dominante, meest 'Jezuïtische' geestelijke. Deze maakt het punt van de vereiste vrouwelijke zedigheid ook met een beroep op gevestigde wetenschappelijke inzichten. De verschillende hormoonniveaus van man en vrouw rechtvaardigen dat de vrouw in het intergeslachtelijk verkeer op straat het morele voortouw neemt en de man niet beschaamt door zijn kwetsbare natuur aan haar verleidelijkheid bloot te stellen. Wanneer houdt Tamadon zijn wetenschappelijke literatuur eens bij?!

 

 

Terwijl het publiek de zaal betrad werd deze clip op het scherm getoond. Het was een stil protest van MTM Leiden tegen het verbod van de moellah's op de vrouwelijke zangstem. De tekst is van Rumi.

 

Dezelfde moellah incasseert triomfantelijk zijn debaterswinst als Tamadon hem verwijt dictatoriaal te zijn: inderdaad zijn hij en de andere geestelijken dictatoriaal, in theorie en praktijk, eerlijk en open. Tamadon daarentegen is een hypocriet, vrij in theorie maar even dictatoriaal in de praktijk. Wil hij zijn ideologie van de 'seculiere' staat immers niet even dwingend aan de moellah's opleggen? Een dictatuur zal het zijn, het is slechts de vraag welke. Zo een dertig jaar terug heeft het Iraanse volk in overweldigende meerderheid gekozen voor een islamitische republiek Iran en die hebben ze nu. Dat 'Islamitisch' staat er niet voor niets.

 

Na afloop van de film ging gast politicoloog Paul Aarts juist niet in op onderwerpen als de sluier, seksualiteit en muziek - de 'culture wars' die in de documentaire relatief veel aandacht krijgen. Als tegenwicht bracht hij de prangende statistiek of observatie in dat Iran, ofschoon een van de weinige islamitische staten ter wereld, in de praktijk een van de minst islamitische landen is. In de meeste islamitische landen hoor je dag en nacht de oproep tot gebed van de muezzin door de straten schallen, maar in Iran is dat vaak maar één keer per dag het geval. Iraanse moskeeën zijn leeg, wat niet betekent dat Iraniërs niet religieus / islamitisch zijn.


Een bezoeker vertelde, in de Q&A met Aarts, dat hij enkele maanden door Iran had gereisd en iedereen dezelfde vraag had gesteld: wat vindt u/je het belangrijkste probleem in Iran? Mensen noemden dan niet het gebrek aan democratie of aan burgerlijke en politieke rechten. Zijn veelal jonge gesprekspartners waren vooral verontwaardigd over een kleine kliek mensen die zich zelf verrijkte over de rug van de gewone Iraniër.

Aarts verwees in reactie hierop naar een recente grote enquête afgenomen in de Arabische regio, met inbegrip van Iran. De respondenten konden een tiental maatschappelijke problemen prioriteren. Twee socio-economische problemen en veiligheid vormden overal de top drie.

 

De dominantie van socio-economische zorgen, ook in Iran, vond Aarts begrijpelijk. De boycot van Iran eist zijn tol, vele mensen hebben moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Een kleine groep is buitensporig rijk. Op een van de trips naar Iran die Aarts geregeld met studenten onderneemt, zag hij in een café een stoet ongekend dure auto's voorbijrijden. Hij informeerde of men wist wie zich dat soort auto's konden veroorloven. Dat wisten de aanwezigen wel: het waren mensen die profiteerden van de boycot van Iran. Niettemin merkte Aarts na dit alles op, dat in sommige Iraanse kringen het gebrek aan democratie en burgerlijke en politieke rechten zeer wordt betreurd en prioriteit is.


Een laatste gespreksonderwerp was de toekomst van Iran. Aarts waagde zich niet aan koffiedik kijken. In de staatsstructuur van Iran lopen democratische en ondemocratische elementen door elkaar (met een Hoogste Geestelijk Leider die alles kan tegenhouden). Net zo zijn zowel vernieuwende als conservatieve tendensen aan te wijzen. Aarts gebruikte het bekende beeld van een half gevuld glas om al die tegenstrijdige ontwikkelingen mee samen te vatten: je kunt het half vol noemen maar ook half leeg.