amnestyleiden@gmail.com

#ChicagoGirl en burgerjournalistiek: de oorlog verliezen met andere middelen?

  Foto's: Gerard van der Veer 

 

Maandag 26 mei 2014 vertoonde Movies That Matter de documentaire #ChicagoGirl. The Social Network Takes On A Dictator. De film volgt de activiteiten van de jonge Ala’a Basatneh in 2011 en 2012. Vanuit een buitenwijk in Chicago onderhoudt ze een enorm online netwerk van activisten in Syrië.

 

Ze post demonstraties als Facebook-events, stippelt via Google Maps ontsnappingsroutes voor demonstranten uit, zet opnames van demonstraties online, na de gezichten onherkenbaar te hebben gemaakt, en koopt later in een spionnenwinkel de nieuwste snufjes op het gebied van camera's verstopt in een gebruiksartikel ("In een pakje sigaretten? Nee, die kent het regime al. Ik neem de camera die werkt met infraroodsignalen") en stuurt ze via via naar Syrië, waar burgerjournalisten eerste doelwit van medewerkers van het regime zijn.

 

Een moderne camera is voor een burgerjournalist een veiligheidsmaatregel vergelijkbaar met het dragen van een kogelvrij vest voor minder ambulante verslaggevers (burgerjournalisten lopen op gympen, moeten snel kunnen wegrennen).

 

De documentaire roept de vraag op naar de zin van zulke burgerjournalistiek. Contrapunt is steeds de gewapende strijd. Vanaf het begin reageert het regime rücksichtlos op de vreedzame demonstraties: doden, gevangen zetten, martelen. Het zou niet hoeven verbazen: behalve Syriërs met een groot talent opzij te kijken, of Syriërs wonend op het platteland en aangewezen op de staatsmedia, vergelijken bijna alle Syriërs de familie al-Assad met die van de Corleone's in The Godfather. Bashar, de zoon en huidige president, is in die vergelijking Michael, de zoon die niet bedoeld was om tot het hoge ambt geroepen te worden. Een deskundige in de film merkt op, dat het enige verschil tussen vader en zoon is, dat de laatste het colbertje van de eerste heeft laten verstellen; de rest van het apparaat is ongewijzigd overgenomen.

 

 

Van twee in Damascus gevolgde jonge studenten, contacten van Ala'a, beide burgerjournalist en demonstratieorganisator, sterft de een binnen een jaar en sluit de ander, de wat gezette Aous, zich rond die tijd aan bij het Free Syrian Army, dan net 'opgericht' en bestaande uit gedeserteerde soldaten van het Syrische regeringsleger. Een tijd lang bieden zij de demonstranten bescherming tegen Assad's veiligheidstroepen. Dit leidt tot een versterkt protest, met zang en dans. Onbeschemde protesten hadden en hebben het karakter van een flashmob. Want de tegenreactie op iedere publieke manifestatie is snel en meedogenloos.

 

Tot op het eind van de documentaire blijft de vraag naar de zin van burgerjournalistiek (of van gewapend verzet) onbeantwoord. Dan ontmoet de kijker via de camera van burgerjournalist Bassel (even later dood) een andere burgerjournalist, in het begin 2012 hevig gebombardeerde Homs. Met en via Bassel voelen, zien en horen we hoe het is om door de straten te snellen (we horen zijn gehijg en zien schokkerige beelden) in het schootsveld van een scherpschutter, af en toe opgeschrikt door de dreun van een inslaand projectiel. Die collega-burgerjournalist laat beelden zien van zijn stervende vader, de kaak gebroken op de plek waar soldaten hem geschopt hebben. Hoewel vervuld van haat jegens de jonge Assad vindt de vader nog steeds dat zijn zoon de juiste keuze heeft gemaakt: burgerjournalist worden in plaats van de wapens op te nemen.

 

Maar wat de kijker vervolgens ziet , de oogst van het werk van de zoon, is een uitstalkast van thumbnails van gruwelijke YouTube-clips, die hij of zij nooit van zijn leven zal bekijken; hoogstens een of twee.

 

Veralgemeend: de wereld weet wat er in Syrië aan de hand is - maar wie geeft er om? Zelfs Ala'a verzucht in 2012 dat de zender Al Arabiya meer oog heeft voor de aankomst van de winnaar van Arab Idols dan voor het sneuvelen van 200 mensen in Syrië de vorige dag.

 

Over de waarde van zulke burgerjournalistiek ging Gerard van der Veer van Movies That Matter Leiden na afloop in gesprek met Sebastiaan van der Lubben, politicoloog en docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Al in 2011 was hij, in een tweetal artikelen in het dagblad Trouw, sceptisch over de positieve bijdrage van sociale media aan sociale verandering / revoluties. Sindsdien, zo bleek, was Van der Lubben niet van mening veranderd. Ook de documentaire maakte geen verschil. Van der Lubben had bewondering voor de moed van de geportretteerde mensen maar stelde vast dat de vele beelden geen effect sorteerden, eerder cynisme opriepen, bij hem althans, of een gevoel van machteloosheid.

 

 

Foto: Tabitha Mink

De internationale gemeenschap laat het afweten. Van der Lubben verwees naar Hilary Clinton die, als minister van buitenlandse zaken, een forse injectie aan internet in het Midden-Oosten wilde geven, vanuit de naïeve gedachte dat deze technologie vanzelf verandering teweeg zou brengen.

 

Je kunt het vestigen van je hoop op zulke technologie ook zien als het willen ontlopen van eigen verantwoordelijkheid, van inhoudelijke stellingname. De documentaire toont in enkele beelden de onbeweeglijkheid van de VN, dan nog pas 2012.

 

Tijdens het interview met Van der Lubben kon het publiek vragen opschrijven voor Ala'a Basatneh. Tabitha Mink van Movies That Matter Leiden legde ze vervolgens aan haar voor in een live Skype-verbinding, die met enige vertraging tot stand kwam.

 

 

Ala'a vertelde onder andere dat ze nog steeds sociale media benut om de strijd van Syrische burgers te ondersteunen, hoewel het aantal demonstraties veel minder is. Ook wordt ze nog steeds bedreigd door het regime maar ze was er, hopelijk terecht, niet erg meer van onder de indruk ("a joke") en contrasteerde het daarnaast met de doodsdreiging waaronder haar vrienden in Syrië leven en het offer gebracht door enkele van hen. Ze kan hen niet in de steek laten.

 

Gevraagd naar wat de internationale gemeenschap, naar wat wij vanuit Nederland kunnen of moeten doen, beperkte Basatneh zich tot de bezoekers in de zaal. Ruchtbaarheid geven aan de situatie in Syrië, je vrienden ervan vertellen, steuntweets sturen naar mensen in Syrië, zoals de geportretteerde Aous. Al zou je denken van niet, het maakt een positief verschil.