amnestywgleiden@gmail.com

Is Black Lives Matter een mensenrechtenbeweging?

Inleiding bij een gefilmd college

Advocaat Hansford trok met een delegatie naar Genève, om daar een schaduwrapport toe te lichten, ten behoeve van de monitoring door de VN van het zich houden door de VS aan het VN-verdrag tegen marteling. De vrouw op de rechter foto is de moeder van Michael (Mike) Brown, omgekomen in Ferguson. Zij getuigde. Hoe zwaar het haar ook viel, het bleek toch ook voor haar persoonlijk een positieve ervaring

Van onze webredacteur

 

Black Lives Matter (BLM) is jonge loot aan de boom van georganiseerd verzet van zwarte Amerikanen tegen achterstelling en racisme.

 

Wat zeggen we eigenlijk in de vorige zin? 'Loot' en 'boom' zijn beeldspraak. Beeldspraak is niet neutraal. Met de keuze van bepaalde metaforen weef je het begin van een verhaal. 

 

Zo suggereert 'loot' continuïteit, BLM is een loot van een en dezelfde boom; daarbij een boom in goede doen, want 'jonge loten' schietend. Ook suggereert 'boom' samenhang (vergelijk 'los zand').

 

Waaruit de opgeroepen 'eenheid en samenhang' van BLM bestaan is een interessante vraag. Patrisse Cullors, een van de drie oprichters, noemt Black Lives Matter:

 

het liefdeskind van de Civil Rights Movement, de Black Power movement van de jaren zestig, de Black Feminist Movement van de jaren tachtig, het Pan-Afrikanisme, de Anti-Apartheid beweging, hiphop, verschillende LGBTQIA-bewegingen en Occupy.

 

Foto van bekrachtiging overname Fokker door DASA, april 1993. Schrempp drukt de hand van Nederkoorn, voorzitter van de Raad van Bestuur van Fokker'Liefdesbaby' roept bij iets oudere Nederlanders herinneringen op aan Jürgen Schrempp, directeur van DASA, de luchtvaartafdeling van Daimler-Benz. Schrempp noemde in de jaren negentig de door hem overgenomen Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker liefhebbend zijn 'liefdesbaby'. Na het pompen van enkele miljarden D-Mark in het bedrijf ging Fokker - enkele maanden na Schrempps uitspraak - failliet.

 

Net als bij Schrempp is 'liefdesbaby' bij Cullors meer retorisch dan verhelderend. Het drukt iets uit als 'zeer gewenst door de makers' of 'een en al goede bedoeling'.

 

Een neutralere typering van BLM is 'losvastverband van grassrootsorganisaties'.

 

Er zijn lovende beschrijvingen van de nog jonge beweging. Daarin prijst men bijvoorbeeld dat BLM zich kritiek heeft aangetrokken en vervolgens een politieke agenda ontwikkeld heeft.

 

In contrast met dat politieke voorkomen lijkt BLM, in de bijdrage van Cullors aan een Vrijheidslezing op 16 december 2016 in Amsterdams debatcentrum De Balie, een kruising van Oprah Winfrey met dr. Martin Luther King. 

 

Cullors noemt het werk van BLM in die lezing (vanaf 19.00 minuten) 'spiritueel', in de zin van een 'collectieve' zelfzorg/levenskunst. Ze heeft het over individuen die 'evolve' en zichzelf 'curate' binnen BLM. Maar dat helen is niet gescheiden van politieke inzet en gebeurt ook binnen (de bescherming van) de kaders van BLM ('collective care').

 

Het beoogd politieke element klinkt door in samentrekkingen als 'healing justice' en (BLM-ers als) 'politicized healers'.

 

Het therapeutisch aanschijn komt mogelijk voort uit Cullors aanname dat discriminatie vaak voortvloeit uit angst ("Angst voor de onbekende ander beweegt mensen om vreselijke dingen te doen"). 

 

Angst die de vorm van vijandschap aanneemt, haat die vervolgens een fraai jasje aangetrokken krijgt.  Zo beweert Cullors in eerdergenoemd interview over president Trump en populisten:

 

Ze geven hun aanhangers reden om trots te zijn op hun haat. Ze laten je niet alleen wegkomen met haat tegenover reeds gemarginaliseerde groepen - bijvoorbeeld: ‘alle Mexicanen zijn verkrachters’ - maar stellen daar ook een zelfbeeld tegenover dat bevestigend werkt: ‘maar wij witte Amerikanen niet, en daarom verdienen wij beter.’

 

Afro-Amerikanen, als slachtoffers van racisme, zullen moeten helen van de verinnerlijking van die slechte behandeling, tot uiting komend in het zelf ook negatief beoordelen van zwarte kenmerken.

 

Maar voor zover Afro-Amerikanen zelf discrimineren, zullen ze hun angst moeten confronteren.

 

Consequentie is dat BLM-ers, indien ze de hele agenda serieus nemen en zich keren tegen alle vormen van discriminatie ('intersectioneel'), zichzelf een hoog ik-ideaal opleggen.

 

Cullors noemt in de Vrijheidslezing als voorbeelden van 'zelfbindend' gedrag: je beheersen op sociale media en interne politieke ruzies weten te beslechten, je ego niet groter maken dan het gedeelde belang.

 

Dat is niet makkelijk. Ta-Nehisi Coates schrok toen hij op de Howard-universiteit, 'Mekka' (in zijn woorden) van zwart Amerika, homo- en biseksuele broeders en zusters ontmoette:

 

"Faggot" was a word I had employed all my life. And now here they were, The Cabal, The Coven, The Others, The Monsters, The Outsiders, The Faggots, The Dykes, dressed in all their human clothes. I am black, and have been plundered and have lost my body. But perhaps I too had the capacity for plunder, maybe I would take another human's body to confirm myself in a community. Perhaps I allready had. Hate gives identity. (Between the world and me (2015), p.58)

 

Lakmoesproef lijkt de omgang met meer geprivilegieerden, van wie de witte, welvarende/hoogopgeleide, heteroseksuele man zonder chronische ziekte of beperking de top van de apenrots van zelfvergroting lijkt te bezetten.

 

Het 'intersectionele' karakter van BLM rust op een basis van gedeeld gemarginaliseerd zijn als 'zwarte'. Andere, aanvullende gronden voor marginalisering zijn gender, seksualiteit, lichamelijke gesteldheid (ja/nee beperking), criminele antecedenten.

 

De vele bestreden gronden van marginalisering maken een maatschappelijk bredere doorwerking van de inspanningen van BLM goed voorstelbaar.

 

Net zo claimen ijveraars voor een wereld waarin de rechten van mensen met een beperking of van kinderen worden gehonoreerd, dat die wereld meteen ook voor iedereen een prettiger wereld om in te leven en wonen is.

 

Dat een wereld zonder discriminatie en zondebokken moeilijk voorstelbaar is, onderstreept nog eens de hoge inzet van BLM.

 

Maar is BLM (ook) een mensenrechtenbeweging? En, zo ja, hoe verhoudt dat zich tot andere kenmerken van BLM? Dat zijn de vragen in onderstaand college aan de Harvard Law School (16 februari 2017).

 

De vraag is tegenhanger van de vraag door politicoloog Stephen Hopgood gesteld in The Endtimes of Human Rights (2013) aan onder andere Amnesty International: is Amnesty International (nog) een sociale beweging? Niemand twijfelt eraan dat BLM een sociale beweging is, maar omstreden is of het ook een mensenrechtenbeweging is. Bij Amnesty International is het precies omgekeerd: zeker een INGO, een internationale non-gouvernementele organisatie, maar ook een sociale beweging?

 

De strategieafdeling van Amnesty Nederland wijdde in 2014 een seminar en essaybundel aan Hopgoods boek. Over BLM oordeelt Cullors in mei 2017 dat het zowel grassrootsbeweging is alsook beweging die juridische en meer gebaande politieke wegen bewandelt ('civic action').

 

BLM blijkt dan inmiddels te participeren in een nog grotere coalitie, Beyond The Moment.

 

'Mensenrechten' hebben een plekje in Cullors betoog waar ze problemen aankaart bij lokale afgevaardigden van de Democratische Partij (ze gebruikt in het radiogesprek dan de frase "some of the worst human rights abuses in this generation").

 

Maar het is de vraag of Cullors mensenrechten hier niet vooral retorisch gebruikt, als overtreffende trap van wat primair burgerrechtenactivisme is.

 

Het college

Justin Hansford verklaart BLM een mensenrechtenbeweging, maar erkent dat anderen in de beweging er anders over denken. 

 

Hansford is als jurist bij BLM betrokken. In zijn bijdrage licht hij toe wat dat 'juridische' inhoudt. Hansford verheelt echter niet dat binnen BLM verzet bestaat tegen het benutten van internationale fora, en soms tegen het instrumentarium van mensenrechten als zodanig.

 

Hansford toog met een kleine delegatie naar Genève, om een door zijn team opgesteld schaduwrapport toe te lichten. In Genève werden de VS op dat moment gemonitord op hun voldoen aan de verplichtingen gegeven met het ratificeren van het VN-verdrag tegen marteling.

 

Passend bij de verscheidenheid van Black Lives Matter is het schaduwrapport niet ondertekend namens Black Lives Matter. Aangezien Black Lives Matter geen dwingende hiërarchische/centralistische structuur heeft, zou zo een ondertekening ook hachelijk zijn geweest.

 

Mensenrechtenhistoricus en jurist Samuel Moyn begint het college. Moyn noemt zichzelf geen activist (elders omschrijft hij zichzelf als 'hopeloze pessimist'). Moyn stelt de volgende vragen:

  1. Wanneer verandering ten goede je doel is, is benutten van gremia verbonden aan internationaal (mensen)recht dan aan te raden of kun je je energie beter richten op andere, meer effectieve manieren van belangenbehartiging?
  2. Vereist mensenrechtenactivisme niet een vrijwillig afzien van geweld en een meer dan instrumenteel gebruik van mensenrechten?

De zwarte burgerrechtenbeweging van de jaren zestig koos strategisch voor het juridische pad, aldus Moyn. Aanvankelijk richtte men zich daarbij op de nationale en federale wetgeving.

 

Malcolm X zorgde voor een korte wending naar het internationale niveau. X werd daarbij geleid door eigen verwachtingen, bij hem gewekt na raadpleging van leiders van net onafhankelijke Afrikaanse staten.

 

Toch was Malxolm X niet de eerste. Al in 1947, ten tijde van de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), probeerde de zwarte activist Du Bois de mensenrechten te benutten voor zijn goede zaak, en wendde zich met een petitie tot Eleanor Roosevelt, voorzitter van de commissie die de UVRM opstelde. Er werd niets mee gedaan.

 

Du Bois noch Malcolm X zwoeren gebruik van geweld voor het bereiken van hun doelen af. 

 

Moyn behandelt kort een aantal visies op het effect - of gebrek daaraan - van gebruik van het internationaal recht voor politieke doelen. Zelf lijkt hij, zich beperkend tot de VS, sceptisch over de toegevoegde waarde. Moyn wijst erop dat 'baat het niet, dan schaadt het niet' hier niet opgaat. Mensenrechtenactivisme kan schadelijke tegenreacties oproepen. En bewandelen van de internationaal-juridische weg kan een meer effectieve alternatieve aanpak onmogelijk maken (indien maar een actie tegelijk mogelijk is).

 

Sheets bij de presentatie van Samuel Moyn

 

 

De grafiek linksonder is niet te lezen. Relevante gegeven: vanaf de1960s is er een plotse toename van mensenrechtenverdragen. Het betekent dat alleen al om die reden activisme met behulp van mensenrechten anno 2017 er anders uitziet dan een vergelijk streven in de 1960s.

 

Sheets bij de presentatie van Justin Hansford

 

Hansford gaf een lopend commentaar bij de sheets, die meer als steekwoorden fungeren

 

  • Laatste wijziging juni 2017.

  

Voer actie via je smartphone!

Wij op Social Media

FacebookTwitter

Onze activiteiten in vogelvlucht

In- en uitloggen vrijwilligers