amnestywgleiden@gmail.com

Geschiedenis mensenrechten

 

Inleiding bij een uitgave van Amnesty International

 

Een populaire mythe wil dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) werd opgesteld uit collectieve afschuw over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

 

Daan Bronkhorst, huisschrijver en decennialang stafmedewerker van Amnesty Nederland, weerspreekt die mythe in Eleanors thee. Het ontstaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (2014, hier gratis te downloaden als e-book). Eerder dan een 'Nooit meer Auschwitz'-sentiment deed de beginnende Koude Oorlog zich voelen bij de opstelling van de tekst.

 

Recent onderzoek, onder andere van de historicus Samuel Moyn, heeft deze oorsprongsmythe eerder en diepgaander ondermijnd. Pas midden jaren zeventig van de vorige eeuw, met het aantreden van president Carter in de Verenigde Staten, begonnen mensenrechten aan hun - volgens sommigen tijdelijke - zegetocht.

 

Het is een bekende valkuil om het verleden te bekijken vanuit de zorgen en fascinaties van het heden. Dat is na de jaren zeventig gebeurd met de toen 'ontdekte' mensenrechten. Met terugwerkende kracht werd het belang van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) en van mensenrechtennormen in het internationale verkeer van de jaren vijftig en zestig groter gemaakt dan het feitelijk was geweest.

 

Herverdeling van geopolitieke invloedssfeer, het collectieve recht op zelfbeschikking van gekoloniseerde 'volken' en een discussie over al dan niet wenselijke varianten van een verzorgingsstaat hadden destijds meer de aandacht.

 

Volkskrantjournalist Fokke Obbema beschrijft in zijn recensie van Eleanors thee een gebruikelijke ontwikkelingsgang van mensen aangetrokken tot de UVRM en achterliggende idealen van gelijkheid en broederschap op wereldschaal. Als rechtenstudent interviewde hij in 1983 ex-minister Klompé, die na de oorlog namens de Nederlandse vrouwenbeweging deel uitmaakte van de Nederlandse delegatie die de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens hielp opstellen:

 

Als rechtenstudent en vrijwilliger bij Amnesty beschouwde ik het als een grote eer haar te mogen interviewen. Via haar stond ik toch maar mooi in direct contact met de Universele Verklaring die voor mij, als Amnesty-gelovige, een haast goddelijke status had, vergelijkbaar met de Tien Geboden voor christenen.

 

Klompé temperde zijn idealisme. Obbema besluit zijn recensie met de vaststelling dat de UVRM 

 

het maximaal haalbare [is] waartoe de mensheid op dit vlak collectief in staat is. Het nut daarvan werd door mejuffrouw Klompé glashelder verwoord: ‘Door deze principes te benoemen, kunnen staten op hun wangedrag worden aangesproken’. Tot nader order verleent dat de Universele Verklaring eeuwigheidswaarde. Dus niks afschaffing, maar volhardend op naar het eerste eeuwfeest, waarop er vast weer niets te vieren valt.

 

Dat de UVRM in de toenmalige vorm het maximaal haalbare is, tot stand gekomen onder een gunstig historisch gesternte, is ook de conclusie van Bronkhorst.

 

Maar inmiddels zijn er een reeks mensenrechtenverdragen bijgekomen. Schrijft Bronkhorst in Eleanors thee meer essayistisch, sinds twintig jaar probeert een aantal wetenschappers de effecten van het ondertekenen, monitoren, implementeren en handhaven van juridische mensenrechtenverdragen, en van maatschappelijke actie ten behoeve daarvan, empirisch te onderzoeken, en tot 'wetenschappelijke' beoordelingen c.q. aanbevelingen voor bevordering van succes te komen.

 

Landman getuigt van een geloof in de helpende hand van de wetenschap, hoewel hij erkent dat successen tijdelijk kunnen zijn:

 

I am perfectly happy to concede that the notion of success is highly variable, incremental and subject to reversal, but jettisoning the whole idea of human rights in the face of setbacks does not appear a sensible strategy in the face of current global challenges.

 

Rather, it makes more sense to harness what we now know about the advance of human rights, continue to research ongoing challenges around that advance, and continue the empirical and normative ‘conversation’ across local, national and international levels. (p.27)

 

Hopgood, op wie Landman reageert, is sceptischer over de waarde van al die juridische optuigingen van wat in de kern basale morele noties zijn, die van de morele gelijkheid van iedereen en van een recht op een faire behandeling. Wie betere mensenrechteneerbiediging wil, kan het, paradoxaal genoeg, soms beter bereiken via andere wegen dan 'opkomen voor mensenrechten'.

 

En/en is natuurlijk ook een optie.

 

 

De moeder van de UVRM, Eleanor Roosevelt in 1948. Enerzijds preludeert ze op de noodzaak de juridisch niet-bindende UVRM om te zetten in juridische verdragen (die er pas in de jaren zestig gekomen zijn), anderzijds wijst ze op de noodzaak dat deze rechten in de 'harten' van mensen (gaan) leven, het verschil tussen uiterlijk meebuigen en verinnerlijken. Juridisch bindende internationaalrechtelijke verdragen waarvoor een effectief handhavingsmechanisme geïmplementeerd wordt - een gerechtshof, bijvoorbeeld - vergroten de kans dat (collectiviteiten van) burgers hun recht  kunnen halen.

 

 

Oktober 2014, debat "Around 1948: Human Rights and Global Transformation" op Columbia University over de globale ontwikkelingen in het jaar 1948, datum van oprichting van een aantal nieuwe staten en lancering van de UVRM. Samuel Moyn benadrukt (vanaf 15 minuten) het destijds marginale belang van mensenrechten, vergeleken met noties als nationalisme en welfarism (verzorgingsstaatdenken in een ruim opgevatte zin).

 

 

BBC-documentaire uit 2011 over 50 jaar Amnesty International. Na 35:40 minuten behandelt de film de era Jimmy Carter en, aansluitend, het inzetten van steeds populairdere cultuur ten bate van Amnesty-doeleinden.

  • Laatste wijziging juni 2017.

  

Voer actie via je smartphone!

Wij op Social Media

FacebookTwitter

Onze activiteiten in vogelvlucht

In- en uitloggen vrijwilligers