amnestywgleiden@gmail.com

NN - Dode en verdwenen burgers als 'collateral damage' van wrede Peruaanse binnenlandse oorlog

  Foto's: Yvette Bommeljé

 

Maandag 11 april vertoonde Movies That Matter on Tour in het Kijkhuis de speelfilm NN van Peruaans regisseur Héctor Gálvez. De film volgt de wederwaardigheden van een team forensisch antropologen. Vijftien jaar na de laatste Peruaanse burgeroorlog (1980 - 2000) doen ze een van hun geregelde missies: het ontruimen van een door dorpelingen aangewezen massagraf, gevolgd door het schoonmaken en zorgvuldig documenteren van de gevonden resten.

 

De film heeft een plotlijn maar aan alles is duidelijk dat de regisseur vooral het probleem van de gebrekkige omgang van Peru met het eigen recente verleden aan de orde wil stellen.

 

Na afloop gaf Mijke de Waardt, universitair docent sociale en culturele antropologie aan de Vrije Universiteit, voortreffelijk verdieping aan de beelden. De Waardt promoveerde in 2014 op het onderliggende thema van NN: wie doet recht aan de slachtoffers? De titel van haar dissertatieIn the name of the victims? Victim-survivor associations negotiating for recognition in post-conflict Peru. Zoals ook NN indirect aanstipt, zit niemand in Peru te wachten op grondig onderzoek van de door diverse facties gepleegde mensenrechtenschendingen. En minstens vier partijen vochten in die periode met elkaar. Lichtend Pad, onder oudere lezers nog wel bekend, was erg wreed, maar ook het leger. Dat volgde zonder gewetensbezwaren een 'waar gehakt wordt vallen spaanders'-tactiek. Vermoedde men dat 1 terrorist zich in een dorp ophield, dan werd soms het hele dorp te grazen genomen. Vaders en moeders, broers en zussen, ooms en tantes, verdwenen in het zwarte gat 'collateral damage'.

 

 

 

In de categorie 'Feiten die men liever niet wil weten' meldde De Waardt dat elders in dit tijdvak in Latijns-Amerika personen nogal eens uit vliegtuigen in oceanen werden gedropt. Maar in Peru vond men dit vaak niet nodig en er was ruimte genoeg. Vandaar dat dorpelingen geregeld kunnen aanwijzen waar hun familieleden even buiten het dorp begraven zijn.

 

Apart was dat het geweld zich vooral in de binnenlanden voltrok. Hoofdstad Lima ligt aan de kust. Voor de stedelingen kon de burgeroorlog relatief ver weg blijven, hoewel Lichtend Pad ook aanslagen in Lima pleegde. Verder spreken de inheemse Peruvianen in het binnenland vaak geen Spaans. Dat bevordert evenmin maatschappelijke aandacht voor hun zaak. Tot slot is er de handicap dat de vijand hier geen buitenlandse mogendheid was - ideaal om in de post-conflictsituatie een fijn saamhorigheidsgevoel aan te beleven - maar louter landgenoten.

 

De Waardt heeft voor haar promotieonderzoek twaalf maanden opgetrokken met diverse groepen van slachtoffers/overlevers:

  • mensen ten onrechte ervan beschuldigd terrorist te zijn, die jaren gevangen hebben gezeten
  • familieleden van mensen die door het leger of guerrillastrijders zijn meegenomen en nooit zijn teruggevonden
  • intern ontheemden, die door het geweld van de burgeroorlog binnen Peru zijn gevlucht

Tekenend voor het gebrek aan zorg voor het recent verleden is dat een recent rapport, gemaakt ten behoeve van de overheid, sprak van 20.000 doden, getal dat echter spoedig daarop werd gecorrigeerd tot 70.000. Er brak geen storm van verontwaardiging uit in het land over zulke grote foutenmarges. En hoewel de inheemse bevolking - grootste slachtoffer van de gevechtshandelingen - groot in aantal is, vindt geen enkele politieke partij ze als kiezers belangrijk genoeg om hun situatie te politiseren, onderdeel van een verkiezingscampagne te maken.

 

De politieke malaise laat zich goed weergeven in het volgende voorbeeld: 10 april 2016, een dag voor de filmvertoning in Leiden, werden in Peru presidentsverkiezingen gehouden. Keiko Fujimorri, dochter van de tot 25 jaar gevangenisstraf veroordeelde oud-president/dictator Alberto Fujimorri - aan de macht tijdens de laatste burgeroorlog - deed mee en won de eerste ronde.

 

Het publiek waardeerde de film met een 7,4 en de Q&A met een 8.