amnestywgleiden@gmail.com

'The Islands and the Whales': over de langzame indaling van onaangename eco-waarheden

Van links naar rechts: papegaaiduiker - een van de geportretteerde Faroër vissers - Kei Otsuki, gast en expert
Foto's Kijkhuis: Mike de Windt
 
Maandag 13 februari 2017 vertoonde Movies That Matter on Tour in het Kijkhuis de indringende en intieme ecologische documentaire The Islands and the Whales.
 
Via het voorbeeld van de Faeröer Eilanden belicht de documentaire de ecologische crisis ontstaan door de vergaande invloed van de menselijke soort op de natuurlijke omgeving. Volgens sommigen zijn we inmiddels in een nieuw geologisch tussentijdperk beland: het Antropoceen.
 
De Faeröer Eilanden, gelegen tussen Noorwegen en IJsland, beslaan een oppervlakte zo groot als de provincie Utrecht. Met 50.000 inwoners vormen ze een van de kleinste naties op aarde. De Faeröer hebben gebrek aan goede landbouwgrond en al eeuwen vormt de walvisjacht (of beter: griendenjacht) en die op vogels een vitaal bestanddeel van hun manier van leven.
 

Maar een toxicoloog afkomstig van de eilanden deed niet lang geleden een grimmige ontdekking: het vlees van de grienden, hoofdbestanddeel van het menu van de eilandbewoners, bevat hoge concentraties polychloorbifenyl (pcb) en kwik - dit terwijl er in de nabije omgeving geen zware industrie is. Die giftige stoffen hopen zich nu op in het bloed van de eilandbewoners. De kinderen ontwikkelen cognitieve stoornissen en lopen iets achter in hun ontwikkeling en de ziekte van Parkinson verspreidt zich op de eilanden sneller dan elders.

 

Verder neemt de vogelstand (papegaaiduiker) af doordat de oceaan te weinig plankton bevat, de basis van de voedselketen. Daarnaast zitten de magen van de ook bejaagde jan-van-genten vol plastic. Zoveel is duidelijk: de Faeröer zijn gedwongen tot een razendsnelle verandering van hun manier van leven. Maar niemand staat erom te springen. En wat is het economisch alternatief?

 

De documentaire snijdt daarmee de globale ecologische disbalans aan en de noodzaak om wereldwijd onze manier van leven aan te passen.* Tegelijkertijd toont hij hoe zwaar dat ons valt en ingrijpend dat soms is. Na afloop van de documentaire gingen twee experts in op twee thema's:

  • Wat kunnen de Faeröer (en, breder gezien: wij) doen om uit deze situatie te komen? Welke rol is voor wie weggelegd? Is tijdig ingrijpen nog mogelijk of stevenen we af op een ecologische ramp, wegens chronisch onvermogen voorbij (nationaal) eigenbelang te kijken en/of gebrek aan leiderschap bij politici en andere belangrijke actoren?
  • De documentaire toont hoe de jacht op grienden en vogels niet louter een economische activiteit is maar verworteld is met een manier van leven. Dat is op veel plekken op de wereld het geval. Hoe veranderingen onder druk te laten plaatsvinden met begrip voor de cultuur van betrokkenen en het daarmee verbonden conservatisme?

Albert Faber, coördinator van de projectgroep 'Handelingsperspectieven voor duurzaamheid' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), ging in op de eerste vraag, Kei Otsuki, socioloog gespecialiseerd in duurzaamheid en gemeenschapsontwikkeling, die onderzoek heeft gedaan in het Amazonegebied, Afrika (onder andere Mozambique) en Japan, op de tweede. In de praktijk vulden beide gasten elkaar aan en gingen ook in op het thema van de ander.

 

De documentaire werd goed bezocht - Foto van de volle zaal

 

Otsuki miste in de documentaire een weergave van de eventuele inspanningen ondernomen door de Faroër politiek(de eilanden hebben verregaand zelfbestuur binnen Denemarken). Als kind had ze in haar geboorteland Japan meegemaakt hoe de overheid walvisvlees van het menu op school haalde. In de documentaire zien we de eerder genoemde lokale arts en toxicoloog, hoofd van de openbare gezondheidsdienst, in zijn eentje proberen zijn mede-eilanders te overtuigen van de noodzaak te stoppen met het eten van griendenvlees. Een overheid die voorgaat kan in zo een geval veel betekenen. Nu worden de eilanders aan zichzelf overgelaten. Maar Otsuki vond de Faroër al met al nog niet eens zo weerspannig. Hun tempo van 'zich al verzettend aanpassen' week niet af van wat men vaker ziet.

 

De arts vertelt dat zijn afkomstigheid van de eilanden voorwaarde is voor het enigszins naar hem willen luisteren door zijn mede-eilandbewoners. Maar zelfs deze arts toont een gat in het portier van zijn auto. Het kan zijn ontstaan door een opstuitende steen maar de arts sluit niet uit dat het een kogelgat is, voorzichtige waarschuwing.

 

Faber vond de eilanders deels schieten in een reflex die hij bij actoren op alle niveaus ziet: eerst wijzen op wat anderen kunnen doen. Zo wijzen Faroër op de vervuiling van de oceaan, die niet door hen veroorzaakt is, en verantwoordelijk is voor de achteruitgang van de vogelstand en de vergiftiging van het griendenvlees. Een bezoeker in de zaal, die de Faroër Eilanden ook bezocht had, gaf hen deels gelijk. Vrachtverkeer en trawlers berokkenden zijns inziens veel meer schade dan de vissende Faroër.

 

Daar staat tegenover dat we in de documentaire een van de bewoners met enige moeite een open deur zien intrappen: wellicht zou sterke begrenzing van de bejaging de vogelstand kunnen helpen herstellen? Verder wordt uit de getoonde beelden van de vis- en vogelvangst duidelijk dat deze industriele vormen aangenomen heeft, hoewel de gebruikte machines nog betrekkelijk eenvoudig zijn en de Faroër de indruk wekken van ouderwetse, vaardige ambachtslui. Waren de Faroër enkele decennia geleden nog arm te noemen, inmiddels lijkt de welvaart behoorlijk toegenomen.

 

Volgens een bezoeker werkt een kwart van de Faroër op het vasteland, in Denemarken. Dat werpt licht op een denkbaar toekomstscenario, door Otsuki aangestipt: wegtrekken van de jeugd, op zoek naar economische kansen elders.

 

Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de Faroër EIlanden 's nachts in duisternis gehuld. Dat is niet langer het geval. Ook zijn ondergrondse tunnels aangelegd, die de eilanden onderling verbinden. De griendenjacht van de Faroër is gebaseerd op het naar de kust jagen van afgedwaalde grienden (die soms afdwalen bij een iets te fanatieke jacht op prooi). In vroeger jaren renden dorpelingen opgewonden van huis naar huis, hun medevissers oproepend in hun boot uit te varen om te assisteren bij het opdrijven en bejagen. Tegenwoordig gaat het per smartphone en reist men per auto.

 

In de documentaire doet Sea Shepherd, een activistische zeedierenrechtenorganisatie, de eilanden aan om daar een campagne te starten gericht op het verstoren van de vangst van grienden door de Faroër. De documentaire stelt de activisten deels in een wat bedenkelijk licht. Ze verplaatsen zich in het geheel niet in de situatie van de Faroer en behartigen louter hun 'deelbelang'. Faber vond hun optreden geen succes. Zijns inziens kan men de kwestie beter vanuit een integraal perspectief aankaarten, waarbij ook met de belangen van de Faroër rekening wordt gehouden.

 

Faber merkte ook op dat maatregelen op hogere politieke niveaus soms contraproductief zijn. Zo werden grote vissers op de Noordzee niet lang geleden uitgekocht. Van het geld schaften de vissers betere boten aan. Nu vissen ze ongehinderd de kust voor Mauritanië leeg.

 

Fabers projectgroep publiceerde oktober vorig jaar een Policy Paper gericht op Nederland: Klimaatbeleid voor de lange termijn: van vrijblijvend naar verankerd. en het essay 'Sturen op transitie: van utopie naar stapsgewijze vooruitgang'.

 

Iets meer dan vijftig mensen bezochten de documentaire. Ze waardeerden de documentaire met een 8,5 en het nagesprek met een 7,3.

 

*: Overigens is de jacht op grienden meer culturele traditie dan economische noodzaak. Griendvlees maakt nog slechts 15% van de vleesconsumptie uit en wordt niet verkocht. Gevangen grienden worden onderling verdeeld (zoals ook te zien in de documentaire, maar zonder toelichting). Schapen, die grazen in de bergen, verzorgen 60% van de vleesproductie, en worden daarnaast gehouden voor de wol. De economie van de Faeröer drijft op de visserij van wijting, kabeljauw, schelvis en koolvis en intensieve zeeviskwekerij, van voornamelijk zalm en forel (Bron: Wikipedia).

 

Hans Achterhuis wijst erop hoe de houding tegenover walvisvangst in korte tijd is veranderd. Nog in zijn jeugd, in de jaren vijftig, werd hem trots bijgebracht voor onze walvisjager, de Willem Barentsz, een trots die nationaal was. Dat schip:

 

viste met verre expedities letterlijk de zuidelijke oceanen leeg en kwam jaarlijks met meer dan duizend gedode en geslachte walvissen binnenvaren. Wie dit afzet tegen de negen vinvissen die IJsland via duurzame jachtmethoden meent te kunnen vangen [Achterhuis verwijst naar de wereldwijde veroordeling van IJslands doorbreken van het moratorium op het vangen van walvissen, ingesteld door de Internationale Walvisvaartcommissie, in oktober 2006 - een verontwaardiging die zich uitstrekte tot de slachtmethode, en hier vindt Achterhuis de ophef hypocriet worden], kan zich alleen maar verwonderen over de weinig rationele, sterk emotionele weg die we de laatste vijftig jaar als Nederlanders hebben afgelegd (Met alle geweld (2008), p.58)