amnestywgleiden@gmail.com

A day in the life: demonstreren voor de Saudische ambassade en voor de Tweede Kamer

 

Vrijdag 17 april 2015 demonstreerde Amnesty International voor de 29e achtereenvolgende keer op vrijdag voor de Saudische ambassade in Den Haag. Geijverd wordt voor de vrijlating van blogger Raif Badawi en nu ook voor die van advocaat Waleed Abu al-Khair. Voor het eerst deed een Leids Amnesty-vrijwilliger, Gerard, mee. Hoe bevalt dat, vijf kwartier posten voor een deur? En: maak je nog wat mee?

 

Ja! Of zijn ervaring maatgevend is, kon hij niet zeggen, maar in die betrekkelijk korte periode had Gerard een aantal plezierige ontmoetingen met voorbijgangers. Bij toeval bleken ze allemaal bij mensenrechten betrokken. 

 

Zo hield een aantal langslopende Afrikanen, afkomstig uit Sierra Leone, Tanzania, Zuid-Soedan en Oeganda halt, geprikkeld door de protestborden. Samen met een donker getinte Brit, vijfde lid van het gezelschap, hadden ze net vandaag een training in 'advocacy'. Zij wilden weten wie Raif Badawi en Abu al-Khair waren en spraken hun waardering / steun voor de actie uit ("Ik heet ook Abu", zei een, niet heel politiek relevant). 

 

Een andere passerende Brit had jaren de Amnesty-sectie in Wales geleid of (ook) aan Cornell University. Hij had nu een song geschreven over trafficking (vrouwenhandel), die elk moment door de enige / meest bekende popzangeres van Nepal kan worden opgenomen; de opbrengsten gaan naar een Nepalees fonds tegen vrouwenhandel.

 

Tot slot schoot een bekende van Amnesty Leiden de actievoerders aan, Yvette. Alleen herkende zij Gerard aanvankelijk niet, misschien omdat ze hem op die plek niet verwacht had en/of afgeleid werd door de protestborden. Tegen bureaumedewerker Marleen van Soelen betuigde ze haar instemming met de actie en maande zichzelf zich nu eindelijk eens aan te melden om ook op een vrijdag om 14 uur voor de ambassade te staan.

 

Update 12 juni: en daar stond Yvette!

 

 

Het ambassadepersoneel lijkt gewend aan de wekelijkse stille demonstratie, hoewel de ambassade bij aanvang de Amnesty-acties heeft proberen te verbieden. Men groette vriendelijk, hoewel sommigen bedreven bleken in het een sigaretje roken in de deurpost zonder je aan te kijken. De ambassadeur was aanwezig - zijn auto stond voor de deur - maar kwam niet naar buiten tijdens het posten. Mocht de ambassadeur in gesprek willen gaan, is het overigens beleid om hem vriendelijk te verwijzen naar dhr. Nazarski, de directeur van Amnesty Nederland. Die heeft zulke gesprekken inmiddels al enkele malen gevoerd.


Gerard vertelde niet de neiging te hebben gehad alle moeite met het Saudische beleid te verhalen op het Saudische ambassadepersoneel, bijvoorbeeld door hen verwijtende of vuile blikken toe te werpen. Eerder riepen ze bij hem een gevoel van gedeelde menselijkheid op, zag hij mensen die compromissen sluiten om te (over)leven, kortom eerder een weerspiegeling van een universeel menselijke (dreigende) halfheid, het laden van schuld op zich.

 

Waarbij je als demonstrant mogelijk het schuldig geweten van de ander prikkelt, voor zover die ander compromitterend ver in zee is gegaan met the powers that be.

 

Zelfs het stil met een protestbord aanwezig zijn, 'getuigen dat deze twee mensen belangrijk zijn', voelde betekenisvol. "Aan de andere kant wilde ik ook graag met Marleen [campagnemedewerker van het landelijk bureau van Amnesty International] praten over Amnesty-gerelateerde zaken. Maar zij had daar geen zin in, en dat kon ik me ook wel voorstellen. Het er staan heeft zijn eigen waardigheid, als je het goed doet. Teveel praten doet daaraan afbreuk".

Hilarisch was het moment tegen sluitingstijd (15 uur) dat een groot konijnen- of hamsterhok naar buiten werd gedragen. Even later volgde het vrouwelijk personeelslid dat bij de kooi hoorde (een mannelijke collega droeg hem galant dan wel als ondergeschikte). Eerder trokken haar plastic tassen van Engelse modezaken Gerards aandacht. Hij merkte te zoeken naar bevestiging van een vooroordeel, dan zouden het tassen van dure winkels moeten zijn. Maar zijn vooroordeel kreeg geen vat op de nondescripte tassen.

 

 

 

17 april, voor het Tweede Kamergebouw aan de Hofweg: "We need normal life" en "Somalië is niet veilig" staat op de spandoeken van de leden van de per bus uit Amsterdam afgereisde We Are Here-groep.

 

Teruglopend passeerde Gerard aan de Hofweg, voor het Tweede Kamergebouw, demonstrerende leden van de We Are Here-groep, ex-bewoners van de Vluchtgarage. Ze bevonden zich binnen een door ijzeren hekken afgeperkte rechthoek. Het leek een reservaat en riep onwillekeurig herinneringen op aan in kooien tentoongestelde Afrikanen tijdens de koloniale tijd.

 

ME-ers/politieagenten, wier aantal bijna even groot was als het aantal demonstranten, stonden in de buurt. Gerard knoopte met een ervan, een kalme man, een gesprek aan. Was het niet wat overdreven, zoveel politie? Nee, want als het mis gaat, zou iedereen burgemeester Van Aartsen verwijten niets gedaan te hebben.

Een 'Haagse' dak- en thuisloze had zich bij de demonstranten gevoegd. Ook met hem raakte Gerard in gesprek. De man klaagde ongenuanceerd, vanuit een vermeend moreel superieure positie, en verbreidde een ongerichte agressie, die zich onder andere verdichtte in beschimpingen van de ME-er. Ook verklaarde hij op een bepaald moment dat hij de boten van bootvluchtelingen op de Middellandse zee in de fik wilde steken. Het zou ongetwijfeld bedoeld zijn als aanklacht tegen het een of ander.

De Wij Zijn Hier-mensen zongen en dansten binnen de omheining. Ze waren vooral op elkaar gericht. Bekijks hadden ze nauwelijks. Meer dan bed, bad en brood - een 'normal life' was de eis. Facebook toonde in een kort, met de mobiele telefoon gemaakt clipje van het protest de volledige slogan: "We Are Here @ ‪#‎DenHaag‬ to demand respect and a solution for our problem! Night shelter is no a solution, living on the street is no a solution, deportation is not a solution! we need permission to stay for a normal life!‪ #‎bedbadbrood‬".

 

In het april-nummer van Wordt Vervolgd keert burgemeester Van der Laan van Amsterdam zich tegen de Wij Zijn Hier-groep. Hij zegt dat de gang van zaken tijdens een eerdere fase hem de ogen heeft geopend:

 

'We gaven hun [een groep van 159 mensen] na jaren van zwerven een half jaar de kans om bij te komen. Ze kregen er medische hulp en degenen met heel zware psychische problemen kregen extra steun en aparte opvang. VluchtelingenWerk hielp ze met een check van hun documenten om te kijken of ze niet alsnog konden blijven. Ze konden cursussen volgen‚ 125 hebben dat gedaan: ik ken de getallen nog uit mijn hoofd. Opleidingen tot automonteur‚ schilder‚ kapper‚ noem maar op. In de opvang in Ter Apel krijgen ze die niet.’

 

En een deel moest in ruil voor dit aanbod vertrekken.
‘Daar waren we eerlijk in‚ en dat was ook een van de voorwaarden van Den Haag om het experiment toe te staan. Vooraf hadden de uitgeprocedeerde asielzoekers ervoor getekend dat ze zouden meewerken aan terugkeer als dat mogelijk was. Maar ook voor hen zochten we een zo goed mogelijke oplossing. In Ethiopië hadden we van drie bedrijven baangaranties gekregen. Staatssecretaris Teeven zegde een bedrag van 4.400 euro per persoon toe. Daar kan je in de landen van herkomst veel mee doen. Maar aan het eind kwam er een aap uit de mouw.’

 

Een aap uit de mouw? 
‘Uiteindelijk konden er ongeveer zestig mensen uit die Havenstraatgroep terugkeren. Maar weet u hoeveel er in 2013 waren vertrokken? Niet meer dan vijf. Zo zie je wat het probleem is van een burgemeester en een gemeenteraad die barmhartig willen zijn.’

 

Welk probleem bedoelt u?
‘Er was bij de vreemdelingen en de actievoerders sprake van een groepsproces. Sommige vreemdelingen hadden geen enkele kans op een verblijfsstatus‚ maar ze wilden ook niet meewerken aan een andere oplossing. De druk om zich met die enkelen te solidariseren was erg groot. Want anders zouden ze de gezamenlijke actie om te mogen blijven‚ ondermijnen.’

 

Kortom, sommigen pleegden obstructie en hebben als werkelijke doel hier te blijven koste wat koste. Tegen deze voorstelling van zaken protesteerde een Nederlandse ondersteuner van de Wij Zijn Hier-groep op het Facebook-account van de groep:

 

"Allereerst de zin over de combinatie Havenstraat en terugkeer: ‘Daar waren we eerlijk in‚ en dat was ook een van de voorwaarden van Den Haag om het experiment toe te staan.’

 

Dit is ronduit schokkend om te lezen. Later wordt er gesproken over een aap die uit de mouw kwam: mensen wilden niet terug. Daar hebben mensen nooit een geheim van gemaakt en ze hebben altijd uitgelegd waarom dat is, omdat het gevaar voor hun leven zou betekenen. Dat is de kern van de actie. (..)

 

Over de zogenaamde groepsdruk om niet mee te werken aan terugkeer hebben we al vaker geschreven: dit is totale stemmingsmakerij. Supporters hebben bij ambassades geleurd voor documenten om terugkeer mogelijk te maken voor mensen die dat graag willen. Als er mensen zijn die het uiteindelijk lukt om terug te keren naar hun land en familie wordt dit gevierd en in allerlei vormen ondersteund. Dat niet veel mensen zijn teruggekeerd is correct - immers niet veel mensen zitten in de situatie dat ze terug kunnen." 

 

Eenvoudiger te doorgronden wordt het zo niet voor de betrokken buitenstaander.*

 

 

*: Gelukkig biedt hetzelfde Wordt Vervolgd-nummer meer. Een ander artikel is gewijd aan de feitelijke opvang en regelingen in enkele Nederlandse steden. Direct betrokkenen pleiten hier soms ook voor dagopvang, niet per se omdat een 'mensenrecht', soms ook vanuit welbegrepen eigenbelang / pragmatisch.

 

Sjany Middelkoop van de Rotterdamse Pauluskerk, direct naast een nachtopvang gelegen, die uitgeprocedeerde asielzoekers dagopvang aanbiedt:

 

‘De hele dag niets doen – zoals in de bbb-opvang – is bijna dodelijk. Bij ons kunnen ze overdag schilderen‚ muziek maken‚ talen leren of helpen in de schoonmaak. Als ze iets te doen hebben‚ maakt dat een wereld van verschil. (..) Als je ze zomaar op straat zet‚ voelen ze zich opgejaagd en nutteloos. Hier komen ze tot rust en voeren ze weer de regie over hun leven. Tegen mensen die geen enkele kans meer hebben op een verblijfsstatus zeg ik: “Je bent hier welkom‚ maar je moet beseffen dat er in Nederland geen toekomst voor je is. Ik begrijp dat je niet terug wilt naar Somalië of Afghanistan‚ maar het alternatief is dat je nog vijftig jaar in deze kerk hangt. Wil je dat echt?” Het kan anderhalf jaar duren maar ik heb hier al tientallen mensen gehad die uiteindelijk kozen voor vertrek. Dat lukt alleen als je een vertrouwensband met ze opbouwt.’

 

Rian Ederveen van het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) vindt het bed, bad en brood-aanbod onder een 'humanitaire ondergrens' liggen - ze noemt er geen mensenrechten bij:

 

‘Wat mist is een vierde b‚ die van begeleiding. De Nederlandse overheid heeft deze mensen opgegeven‚ maar er blijken voor hen vaak wel degelijk perspectieven te zijn. In 2014 onderzochten wij het lot van 768 uitgeprocedeerde asielzoekers die in 2013 in de noodopvang verkeerden. Voor ongeveer de helft is dat jaar een oplossing gevonden. Bijna 20 procent ging terug naar het land van herkomst en ruim een kwart kreeg alsnog asiel. Kennelijk waren er procedurele fouten gemaakt.’

 

Geesje Werkman, vluchtelingenspecialist bij Kerk in Actie, gebruikt pragmatische argumenten. Het is volgens haar veelzeggend dat de groep uitgeprocedeerde asielzoekers een lekkend kraakpand met alleen koud water prefereert boven BBB met overdag hangen op straat:

 

‘Ze vinden daar [in het kraakpand] een plek voor overdag‚ en belangrijker: geborgenheid en saamhorigheid.’ ‘Deze mensen gaan echt niet uit zichzelf weg’‚ vervolgt ze. ‘Als de overheid wil dat ze vertrekken‚ moet je met hen aan een perspectief werken – in Nederland of elders. Maar ze overdag de straat op schoppen‚ leidt tot niets.’

 

  • Laatste wijziging juni 2017.

  

Voer actie via je smartphone!

Wij op Social Media

FacebookTwitter

Onze activiteiten in vogelvlucht

In- en uitloggen vrijwilligers